stappen van bewustzijn volgens Patanjali

De yogaleer is ooit, waarschijnlijk zo rond of vlak na het begin van onze jaartelling, door Patanjali samengevat in zijn Yoga-Sutra's. Deze reeks van krap tweehonderd aforismen vormt de basistekst van de klassieke yoga. Methode, doel en filosofie vloeien er ineen en het werk was destijds van groot belang bij het herformuleren van de yoga in India, versnipperd als zij daar toen was in zoveel verschillende vormen. De neiging tot versplintering is tot op heden gebleven, maar de Yoga Sutra's blijven toonaangevend. Helaas zijn de aforismen dermate cryptisch dat een juiste interpretatie ervan soms moeilijk blijkt. Veel kennis, die toen vanzelfsprekend was en daardoor onbenoemd blijft, is in de loop der tijden verloren geraakt en slechts zorgvuldige reconstructie en serieuze yogapraktijk kunnen inzicht geven.

Waar haal ik de moed vandaan om mijzelf enig kennis in het onderhavige toe te dichten? Te beginnen beroep ik mij op het voortreffelijke commentaar van dr. I.K.Taimni*, het beste wat op dit gebied in het Nederlands is verschenen.
Daarnaast heb ik vijf jaar les gehad van de yogaleraar Ajita**, momenteel o.a. eresecretaris van de Internationale Yoga Federatie voor de Europese Unie en president van de Europese Yoga Raad. Zijn methode is volledig gericht op de klassieke leringen van Patanjali. Beoefening van deze vorm van yoga bewijst keer op keer dat zij effectief is. De persoon wordt zich bewuster van een innerlijke waarheid en begripvoller naar de ander. Inzichten ontstaan door ervaring, ervaring door praktijk - en ik beoefen deze nu gedurende zo'n 25 jaar.

In de filosofie van de yoga bestaat onze persoonlijkheid uit drie lagen. Allereerst, zichtbaar en tastbaar, het fysieke lichaam. Als tweede, subtieler, het astrale lichaam van emoties en denken. Als derde, nog ijler, het causale lichaam waarin zich de karmische indrukken uit het verleden hebben opgehoopt. De Atmische laag (Atman = ziel) grenst hieraan en fungeert als een doorgeefluik van de zuivere goddelijke impuls naar onze materiële, drievoudige persoonlijkheid. De ijlere lagen doordringen de grovere en veroorzaken daarin allerlei processen. Zoals ook Teilhard de Chardin stelt is het bewustzijn dus innerlijk aanwezig, hoewel toch ook (in de beschrijving van de helderziende) als een aura om ons lichaam heen te zien.

De Yoga-Sutra's van Patanjali bestaan uit vier delen.
1. Samadhi Pada - waarin de toestand van 'samadhi', meditatieve extase, wordt belicht. Dat is tegelijk het beoogde doel van de yoga. Deze wordt kernachtig omschreven door de tweede Sutra: 'Yogas citta-vrtti-nirodhah', door de Taimni vertaald met: 'Yoga is het stilzetten van de wijzigingen van het denken'. Indachtig het gegeven dat ons denken in de subtielere niveaus van materie immer in beweging is, veroorzaakt ze een voortdurende verwarring. Ons denken wordt vertroebeld door karmische processen en daarmee is het contact met het Hoogste Zelf (door Patanjali genoemd: Purusha - God, zuiver bewustzijn) grotendeels verloren geraakt. De yoga biedt echter een methode om die causale ruis tot bedaren te brengen en zelfs weg te wissen - al zullen daar wellicht meerdere levens voor nodig zijn. Dan kan samadhi worden bereikt en zal men zich bewust zijn van zijn of haar goddelijke afkomst.
2. Sadhana Pada - met de voorbereidende oefeningen. Het tot bedaren brengen van de emoties, het overwinnen van begeertes, het implanteren van de juiste moraal, het ontwikkelen van lichaamsbewustzijn en het leren aanvoelen en herkennen van subtiele energieën (de prana) zijn de noodzakelijke voorwaarden voor inkeer en innerlijke concentratie.
3. Vibhuti Pada - hierin wordt een opsomming gegeven van de bijzondere, vaak magische, vermogens die de yogi kan ontwikkelen. Interessant omdat het veel zegt over de yogaleer en haar erkenning dat goddelijke vermogens in ons aanwezig zijn en tot manifestatie kunnen worden gebracht. Deze vermogens vormen echter voor de ware yogi geen doel op zich.
4. Kaivalya Pada - met een beschrijving van de spirituele toestand waarin een yogi geraakt ten tijde van zijn bevrijding (Kaivalya) en zijn uiteindelijke uittreding uit de eeuwige kringloop van dood en wedergeboorte.

Als we meer willen weten van het yogaconcept van bewustzijn, moeten we ons vooral verdiepen in het eerste deel over de samadhi.
Zodra we erin slagen volkomen ongehechtheid te bereiken en dus meer niet voortdurend naar 'buiten' worden getrokken met onze aandacht, kunnen we ons bewust worden van een rijke innerlijke werkelijkheid.
Ongehechtheid houdt in dat we niet langer hunkeren naar allerlei zintuiglijke prikkels. Door de yogapraktijk zijn we in het reine gekomen met onze naasten, door toepassing van de morele vereisten. We hebben een hoger lichaamsbewustzijn verworven en hebben vrede met haar toestand. We beheersen, of althans, kennen de subtiele energieën en zijn daardoor niet meer aan stemmingen onderhevig.

'Het besef van volmaakte beheersing (over de begeerten) in iemand die heeft opgehouden te dorsten naar objecten, zowel zichtbare als onzichtbare, is Vairagya, ongehechtheid.' (YS I, 15)

Nu kunnen we de wereld van de grove stof achter ons laten, de ogen sluiten en trachten tot een vorm van meditatie te komen.
Denk niet dat ontspanning alleen al voldoende is om in een toestand van samadhi te geraken. Aan de ene kant bestaat yoga uit onthechting, maar daarnaast wijst Patanjali erop dat gedisciplineerde beoefening (Sanskriet: Abhyasa) vereist is.

'Abhyasa is de poging om stevig gegrondvest te raken in die staat (namelijk van het stilzetten van het denken).' (YS I, 13)

Die gedisciplineerde toewijding dient een automatisme te worden, de yogapraktijk moet een dagelijkse bezigheid zijn, in morele, fysieke, emotionele en meditatieve zin. Dan pas kan volledige onthechting worden bereikt. Zeker in deze maatschappij, waar de yoga-aspirant zich vaak niet onbeperkt kan wijden aan zijn doel, kan het jaren duren voordat dat punt bereikt is. Maar het resultaat is er naar:

'Dat is de uiteindelijke Vairagya (ongehechtheid) waarin, dankzij het zich bewust zijn van Purusha (het hoogste Zelf) ook de geringste begeerte naar de guna's (de gemanifesteerde wereld van veranderingen) ophoudt.' (YS I, 16)

Dan volgt een innerlijke reis, gericht op Purusha, aangedreven door een innerlijk verlangen naar de Bron en mogelijk door het totale loslaten van de wereld.
We zitten daarbij niet in de intercity, direct door naar het eindstation, maar eerder in een stoptrein waarbij we steeds even blijven staan bij een tussenstation, alvorens verder te gaan. Ieder station is echter slechts een deel van de illusoire werkelijkheid.
Om deze vergelijking door te trekken stelt Patanjali dat er een regelmatige afwisseling is tussen twee hoofdervaringen in de steeds dieper wordende samadhi. Je bevindt je op een treinstation, met de bijbehorende sensatie van die plaats - subtieler naarmate je het einddoel verder nadert - óf je bevindt je tussen die stations in en daar ontbreekt ieder besef, iedere bewustzijnsinhoud (Pratyaya).

'Samprajnata Samadhi is dat wat vergezeld gaat van beredenering, bespiegeling, zaligheid in het besef van louter Zijn'. (YS I, 17)
Dat zijn de vier 'tussenstations' met ieder zijn eigen realiteit.

'De resterende indruk die in het denken achterblijft, bij het loslaten van de Prayaya (bewustzijnsinhoud) na voorafgaande oefening, is de andere (Asamprajnata Samadhi)'. (YS I, 18)
Nu is er geen 'bewustzijnsinhoud' meer. Toch blijft er een resterende indruk achter. De yogi herinnert zich daardoor dat hij een tijdje 'weg' is geweest, hoewel hij met geen mogelijkheid kan zeggen hoelang.

Terwijl de yogi zich steeds verder naar 'binnen' beweegt, van de uiterlijke wereld af, is er dus een afwisseling van een soort leegte (Asamprajnata Samadhi) en een bewuste ervaring (Samprajnata Samadhi). Die laatste kan nog verder worden verdeelt in vier soorten, zoals genoemd in Sutra 17 van deel I. Ieder van die vier kenmerkt zich bovendien in een fase van waarneming, aangegeven met het voorvoegsel 'Sa-' waarin tevens gedachten, geluiden, lichaamsbewustzijn, beelden enz. aanwezig kunnen zijn, gevolgd door een volledig opgaan in die transcendente ervaring, de 'Nir-'fase.

Laat ik beschrijven wat er gebeurt als we deze methode volgen. Het is een reisgids naar de 'binnenzijde' van ons wezen. Voor een groot deel spreek ik uit eigen ervaring.

Gezeten op een meditatiekussentje, met rechte rug en ontspannen, worden de ogen gesloten en de aandacht naar binnen gericht. Dan volgt de techniek van concentratie op één enkel voorwerp …

  1. totdat al het andere is verdwenen (meditatie). Beelden uit de astrale 'droomwereld' kunnen nu gemakkelijk opkomen, maar zijn voor de yogi niet van belang.
  2. Voortgedreven door een innerlijk verlangen wordt nu de causale wereld binnengetreden. Hierop volgt Samadhi. De eerste keer is er meestal de hulp van de leraar nodig, in wiens sfeer de meditatie plaatsvindt. Hij stuwt je als het ware op, als bij een soort initiatie die daarna steeds gemakkelijker op eigen kracht kan plaatsvinden. Deze overgang wordt ervaren als een daadwerkelijke bewustzijnsverruiming en gaat gepaard met een gevoel van afstandelijke gelijkmoedigheid jegens de alledaagse wereld van verschijnselen. Samadhi doet zich daarna voor in de volgende toestanden.
  3. Allereerst kijken we soms nog neer op onze gedachtewereld en kunnen zodoende soms verrassende, intuïtieve inzichten krijgen (Savitarka Samadhi), totdat onze geest daar volledig mee gevuld is (Nirvitarka Samadhi).
  4. Steeds is een 'eenwording' met dit stadium nodig - die aanvoelt als een soort 'verzinking' - en via de hiervoor genoemde leegte (Asamprajnata Samadhi) komen we dan in een toestand van bespiegeling, die gepaard gaat met een gevoel van vreugde en verrukking: Savichara Samadhi. Ook daar kun je volledig in opgaan (Nirvichara Samadhi) om dan via Asamprajnata Samadhi bij een volgende halte aan te belanden.
  5. Nu volgt een toestand van gelukzaligheid (Sananda Samadhi) die je op laatst helemaal vervult (Nirananda Samadhi).
  6. Wederom is een onthechting hiervan nodig, hoe moeilijk ook, en dan volgt (na opnieuw de leegte van Asamprajnata Samadhi) Sasmita Samadhi - een ervaring van 'louter Zijn' - dat wordt beleefd als een diepe innerlijke vrede, waar je jezelf volledig mee kunt vullen (Nirasmita Samadhi). Dit is de hoogste staat van causaal bewustzijn.
  7. Nu komt er een volgende grote stap, namelijk het volledig loslaten van de persoonlijkheid, door het achterlaten van alle ervaringen van diepe vrede, geluk, vreugde enz. Want al deze zijn slechts vormen van begoocheling. Dat brengt ons in het Atmische bewustzijn, ons zielenbewustzijn. Dit staat voor het werkelijke, absolute bewustzijn van Purusha, maar dan in de vorm van zijn actieve bemoeienis met de wereld. We staan als ziel in dienst van de Schepper en kennen er onze plicht zonder de storingen van ons eigenbelang. Dat is de toestand van 'Nirbija Samadhi'.
  8. 'in het geval van iemand, die in staat is een ononderbroken toestand van Vairagya (onthechting) te handhaven, zelfs tot de verhevenste staat van verlichting, en de verhevenste soort van onderscheidingsvermogen te beoefenen, volgt 'Dharma Megha-Samadhi.' (YS IV, 29)
    Dit is een onbeschrijfelijke en onbegrijpelijke toestand, waarin ons bewustzijn alleen nog vervuld is van het allerhoogste Realiteit. Onze innerlijke goddelijkheid straalt nu onverstoord naar buiten en we zijn als God geworden.
  9. De absolute bevrijding dient zich nu aan:
    'Dan volgt het vrij zijn van Klesha's (wereldse beproevingen) en Karma's (wereldse bindingen).' (YS IV, 30)

Al met al kunnen we stellen dat het zuivere bewustzijn zich pas in het laatste stadium onversneden aan ons manifesteert, alle tien vormen van samadhi die daaraan vooraf zijn gegaan zijn afgeleiden daarvan. Steeds is er dan de begoocheling die onze zelfingenomenheid voedt en een gevaar vormt voor een verdere bewustzijnsgroei.

Rest mij nog op te merken dat vanuit de yoga, maar uiteraard ook vanuit diverse andere spirituele tradities, ook andere technieken zijn ontwikkeld om tot meditatie en samadhi te komen. Gulden regel daarbij is: als je vertrouwen hebt in die methode en je voelt dat deze bij jou past, laat die dan niet meer los. Het afwisselend toepassen van verschillende technieken zal niet werken en tot teleurstelling leiden.

* I.K.Taimni, De Yoga-Sutras van Patanjali - Uitg. der Theosofische Vereniging in Nederland, Amsterdam, ISBN 90-6175-055-5
** leidt het Raja Yoga Instituut vanuit Ilpendam, zie ook www.xs4all.nl/~rajayoga/

Aris Otzen

terug naar boven

terug naar:

artikelen

welkom