![]()
|
||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
HOOFDTHEMA'SOVERZICHT NATUURRIJKENatomenanorganische moleculenorganische moleculenmacromoleculen, protocellen, virussenprokaryoteneencellige plantenwieren, schimmelsmossenlagere vaatplantenzaadplanteneencellige dierensponzen, holtedierenplatte en ronde wormenringwormen, stekelhuidigen, weekdieren, geleedpotigengewervelde dierenHomo habilisHomo erectusHomo sapiensHomo analyticusHomo spiritualisheiligen |
SYSTEMATIEK VAN DE NATUURRIJKEN
Evolutie ... Wij zijn onvolmaakte goden. Zo zijn alle mineralen, planten en dieren onvolmaakte mensen. Alle mineralen worden planten, dan dieren, dan mensen en tenslotte God. Aan de andere kant vinden we in ons het dier, de plant en het mineraal terug. We vinden hen terug in ons bewustzijn en in ons stoffelijk lichaam. We kennen vier bewustzijnsniveaus: het waken, het dromen, het droomloos slapen
en het transcendente bewustzijn. De eerste drie zijn gekoppeld aan de drie lichamen:
het fysieke, het astrale en het causale. Daarboven is er het bewustzijn van de ziel zelf,
deel van de universele ziel die bovenstoffelijk is.
slapen, dromen en waken Planten hebben het bewustzijn van het causale lichaam. In dat lichaam zijn geen duidelijke vormen, maar alleen een soort levenswetten aanwezig. Daar is kennis van reïncarnatie en karma. Daar kennen we ons levensdoel en bevinden we ons in de directe nabijheid van de ziel. Dat is de droomloze slaap. Als we slapen zijn we als planten. Dieren hebben besef van de astrale wereld. Dat is de wereld van zintuiglijk bestaan, van beelden, emoties, archetypen, begeertes en instincten. Daar is ons ego op z’n sterkst. Wij zijn dieren als we dromen: onintelligent en instinctief. Als mensen zijn we in staat ons op de fysieke wereld te richten. We zijn ontwaakt, maar kunnen
nog steeds dromen, slapen en, in diepe meditatie, met de bovenstoffelijke werkelijkheid in contact
komen. Wij zijn mensen én dieren én planten én mineralen ineen.
goedheid, waarheid, schoonheid, liefde en vrijheid
De wereld als geheel is vol schoonheid, maar afzonderlijke minerale vormen zijn dat niet altijd. Een kristal, een berg, of een waterval is mooi om te zien, maar een rottend lijk, een uitgebloeide bloem of een gecrashte auto zijn lelijk. Leven is inderdaad altijd vol schoonheid. Vitaliteit maakt mooi. Dus: alle planten, dieren en mensen zijn vol schoonheid. Waarheid komt allereerst voort uit waarneming. Dat is alleen mogelijk door de aanwezigheid van zintuigen. Alleen dieren en mensen hebben zulke zintuigen en kunnen de waarheid kennen en onderzoeken. Goedheid vloeit voort uit kennis van oorzaak en gevolg, en ook van de bedoelingen van de schepping.
Onderscheidingsvermogen dat ontstaat door buddhi (het intellect, intuïtie) beoordeelt daden op
juistheid ten aanzien van het scheppingsplan of het persoonlijk levensdoel. Goedheid wordt door
evolutie bij de mens steeds meer ingebouwd in de vorm van een geweten. Alleen mensen hebben een
besef van goedheid.
het fysieke lichaam Planten hebben wel een vast lichaam, maar de vorm is nog niet zo duidelijk gedefinieerd. Niet iedere boterbloem is gelijk, zoals alle koeien dat bijv. wel zijn. Hun lichaamsfuncties worden op elkaar afgestemd door hormonen. Dieren kennen, door hun astrale, archetypische gerichtheid, meestal wel een goed gedefinieerd lichaamsvorm. Hun lichaamsfuncties, zoals ook hun groei, worden gereguleerd door hormonen én het zenuwstelsel. Mensen zijn daarin gelijk aan dieren. Maar mensen zijn uiterst sociaal aan elkaar gebonden, zoals dieren dat nog niet zijn. Zij kennen naastenliefde, voelen sympathie en mededogen en kunnen georganiseerd optreden om het lijden wat te verzachten. De ziel kan dit aspect slechts tot uiting brengen doordat alleen in de hersenen van mensen de juiste structuren zitten om deze door te kunnen laten werken.
vrijheid Planten zijn vrij van vorm. Ze kunnen groeien en zich voortplanten. Dieren zijn nog vrijer, want ze kunnen ook bewegen. Voortbeweging en gedrag worden echter nog beperkt door hun geconditioneerde instincten. Mensen zijn daarvan grotendeels vrijgesteld. Zij zijn vrijgekomen van die instincten en hebben intellect ontwikkeld. Heiligen, van het vijfde natuurrijk, overstijgen de ratio nog. Zij hebben een direct,
intuïtief contact met de ziel. Zij hebben daardoor ongestoorde kennis van oorzaken, gevolgen, doelen
en morele eisen van het bestaan. Zij zijn het meest vrij, binnen de grenzen van de schepping. |
‘Weet dat alle heerlijkheid, al het goede en schone en machtige voortkomt uit een deel van mijn
stralende pracht’.
Het Atman (de ziel) onthult dit hele universum van geest en stof. Het kan niet exact beschreven worden.
Tijdens en door de verschillende bewustzijnstoestanden - waken, dromen en slapen - heen handhaaft het het
ononderbroken besef van onze eigen identiteit. Het oepnbaart zich als de getuige van ons denken.
Zoals het ik-bewustzijn van mineralen, planten en dieren te vinden is in respectievelijk het
aroepa-devachaan1 het roepa-devachaan2 en de astrale wereld, kan het ik-bewustzijn
van de mens als vierde wezensdeel in de fysieke wereld worden gevonden..
De ‘aspiranten’ van het plantenrijk en zijn hoogste vormen hebben schoonheid en geur. ...
Achter de verschijning der dieren moet een gestadig zoeken naar begrip gevonden worden en een daaruitvolgende
neiging naar levensvormen welke van datgene getuigen wat zij begeren.
Laat daarom de wijze zijn hunkering naar het genot van uiterlijke zaken opgeven en zich krachtig inspannen
voor zijn bevrijding. |
||||||