artikelen


welkom | filosofie | systematiek | ethiek | contact & info | boek | ELEMENTEN-SYMBOLIEK | sitemap

bestel het boek hier

info + bestel


De grondslag voor de menselijke ethiek

is gelegen in de kennis van de vijf yama’s en de vijf niyama’s: de morele weigeringen en houdingen. Deze corresponderen met de vijf elementen en zijn derhalve essentieel voor de menselijke evolutie.

Centraal staat het karakter van de mens. In zijn essentie wordt dat karakter bepaald door de ziel en is dus vol liefde, schoonheid, goedheid en waarheid. Maar het karakter kent zijn beperkingen en maakt het typisch menselijk, zodat goedheid, liefde enz. maar betrekkelijk tot uiting komen. Hoe kan dat?

Fysiek komt dat door het DNA.

In onze geest zijn er de bovenbewuste, causale, karmische indrukken.

karakter
Vitaliteit komt overeen met de mate waarin het karmisch bepaalde levensdoel (dharma) en het DNA in overeenstemming zijn met elkaar. We gaan ervan uit dat bij hoogvitale mensen het DNA sterk overeenkomt met het karmische levensdoel. Wanneer karma de zielenimpuls vertekent, zodat innerlijke goedheid, liefde en bewustzijn een persoonlijk gericht accent krijgen, dient het DNA dit specifieke karakter lichamelijk te ondersteunen. Dat tekent zijn evolutiestadium. Door de unieke karmische lading van de persoon in kwestie heeft deze een uniek, hoger of lager ontwikkeld, karakter. Het DNA zorgt dat zo’n karakter ook kan worden doorgegeven aan een volgende generatie, waardoor het onderhevig is aan het proces van de evolutie - en de meest vitale combinaties zullen zich het meest succesvol voortplanten. De steeds weer wedergeboren zielen met hun karma vinden voor hun volgende levens vanzelf weer nieuwe, bijpassende lichamen met het juiste DNA.

geweten
Het Goede staat voor de ethiek. Deze kan worden aangeleerd door een goede opvoeding. Maar voor een deel is deze ook aangeboren in de vorm van een geweten. Dat geweten is het resultaat van de ervaringen uit vroegere levens. Door talloze ervaringen zijn de lessen van het ego geleerd. Zo iemand heeft bijvoorbeeld ingebouwde kennis verworven van geweldloosheid of waarachtigheid, je hoeft hem dat niet meer uit te leggen. Maar van andere, subtielere ethische regels heeft hij nog geen begrip. Goeddoen of begeerteloosheid zijn bijv. nog niet in het geweten gerealiseerd. Opvoeding kan hier goed werk doen, maar zo iemand zal daar toch snel in de fout blijven gaan. Dat schept uiteraard weer nieuw karma.

Een pluspunt van het geweten is dus dat iemand door deze ‘innerlijke stem’ weet wat goed of fout gedrag is. Maar als hij dan toch nog, dus tegen zijn geweten in, in de fout gaat, levert dat een veel sterker negatief karma op dan bij iemand met een minder bewust geweten. Bewust fout handelen is erger dan onbewust fout handelen. Je hebt daar dan ook direct zelf last van, want het geweten gaat knagen. Maar je kunt dan ook weer proberen de fout te herstellen.

Het geweten wordt tijdens de evolutie stap voor stap opgebouwd, de vijf omhulsels worden laag voor laag begrepen. Zo ook wordt de kring van mensen waar je begrip, mededogen en naastenliefde voor kunt hebben stap voor stap uitgebreid.
meer over de vijf omhulsels... 

Bij deze omhulsels horen elementen, yama’s en niyama’s, als volgt:

element omhulselbewustzijn yama niyama
aarde grofstoffelijkfysiek geweldloosheidzuiverheid
watervitaal fantasievolniet liegen tevredenheid
vuurmentaal instinctiefniet stelen soberheid
luchtintellect- rationeelniet misbruiken studie van het Zelf
ethergelukzaligheids- bovenbewustniet begeren overgave aan God

evolutie van de mens
Iedere mensen-’soort’ is bezig een bepaalde yama en niyama te veroveren. De elementen die hij kent zitten in zijn geweten, waar hij aan werkt nog niet. Van de overige heeft hij werkelijk geen idee, maar hij doet zijn best.

    1. De Homo habilis werkt aan ‘aarde’ meer ...
    2. De Homo erectus kent ‘aarde’ en werkt aan ‘water’ meer ...
    3. De Homo sapiens kent ‘aarde’ en ‘water’ en werkt aan ‘vuur’ meer ...
    4. De Homo analyticus kent ‘aarde’, ‘water’ en ‘vuur’ en werkt aan ‘lucht’ meer ...
    5. De Homo spiritualis kent ‘aarde’, ‘water’, ‘vuur’ en ‘lucht’ en werkt aan ‘ether’ meer ...
    6. De heilige, volledig gerealiseerde mens kent ‘aarde’ t/m ‘ether’ meer ...

    terug naar boven

Sommige karakter-eigenschappen zijn reeds aanwezig in je genen (van je biologische ouders verkregen). Al tijdens de zwangerschap en verder gedurende je leven worden deze eigenschappen beïnvloed, zodat je karakter gevormd wordt door een combinatie van erfelijke aanleg en omgevingsfactoren. Deze karaktereigenschappen zijn een unieke bundeling van geaardheden, interesses en gevoelens, maar bevat ook bij iedereen sporen van storingen.

Bron: Wikipedia - zie ‘gedachte’




Alle Energie, Kracht en Intelligentie zijn in jou; je hoeft ze niet buiten jezelf te zoeken. God, die zich manifesteert als Tijd, Ruimte en Oorzaak, is in jou; waarom voel je je dan zwak en hulpeloos? De mens wordt heen en weer geslingerd door zijn ambities en door het vurige verlangen die te verwezenlijken. Maar hij moet eerst weten waar hij zich thans bevindt en waar hij wenst te komen.

Sathya Sai Baba




Jezus zei: Gezegend de mens die geleden heeft, hij heeft het Leven gevonden.

Het Thomas evangelie
vers 58




Voordat de Ziel kan zien, moet de innerlijke harmonie bereikt worden en het stoffelijke oog moet blind worden voor alle begoocheling.

H.P. Blavatsky, De stem van de stilte: fragment I, 7




Vraag: Hoe kunnen lust en boosheid worden overwonnen?
Antwoord: Door dhyana (meditatie); door je aandacht te blijven bepalen bij één enkele gedachte en alle andere gedachten links te laten liggen.

Sri Ramana Maharshi - Gesprekken