evolutie
wetenschap
Prachtig, die evolutietheorie van Darwin! Natuurlijke selectie, als principe voor het ontstaan
van soorten, voldoet volledig aan de idealen waar wetenschap voor staat. Ze is
op vele manieren in verband te brengen met andere kennis, ze is voorspellend zodat je er nieuwe
hypothesen uit kunt destilleren die dan al of niet door experimenten kunnen worden bevestigd en
last but not least, ze is begrijpbaar voor een grote massa mensen.
geen creationisme
Toch zijn er velen die moeite houden met enkele conclusies die de wetenschap steeds trekt. Er
zijn allereerst natuurlijk de religieuze twijfels van het creationisme.
Hun stelling is dat al het leven, inclusief alle fossielen, is geschapen (pakweg 6000 jaar geleden).
Zeer verwant daaraan is deze kwestie: is het leven geschapen door een Goddelijke Ontwerper? Dit
concept van Intelligent Design wijkt in essentie maar nauwelijks af van dat van de creationisten.
De scheppingsgedachte komt steeds voort uit een idee waar het religieuze denken van de westerling
van doordrenkt is: het idee van een transcendente God die vanuit zijn verhevenheid de aarde geschapen
heeft en in Zijn hand houdt.
immanentie, geen transcendentie
Mooier vind ik het beeld van de immanente God, die inherent in de schepping aanwezig is. De hele
schepping maakt onverdeeld deel van Hem uit. Wij, alle mensen, alle schepselen en de gehele planeet
zijn deel van God. Wij zijn God.
Alle wezens zijn dan bezield, of hebben in ieder geval een essentie en levensdrang die onder meer
beschreven is door het vitalisme. Leven komt dan voort uit een subtiele levensenergie die in India
wordt omschreven als prana en ongeveer overeenkomst met het Griekse pneuma: de ‘adem’ die in het
lichaam de subtiele energie is voor ‘het leven’. Deze vitale energie komt voort uit de inherente
goddelijke scheppingskracht. Deze zet ons aan tot een evolutie van het bewustzijn. De stof is daar
dienstbaar aan en zo is de evolutie van de vorm een afspiegeling van de evolutie van het bewustzijn.
Het doel van evolutie is het verkrijgen van een totale controle over de stof, door een vrij bewustzijn
dat volledig ten dienste staat aan de universele ziel - de Bron van het leven. Naarmate we de grote
natuurrijken - mineraal, plantaardig, dierlijk, menselijk en heilig - doorlopen, is er een gestadige
toename van dat ideaal van vrijheid in de stof.
En dat is de spirituele evolutie die wij doormaken.
Darwin
Wat zegt Darwin over de evolutie?
- Ouderparen produceren grote aantallen nakomelingen. Veel meer dan nodig is om de soort in
stand te houden.
- Deze nakomelingen zijn onderling verschillend van elkaar. We weten nu dat dat komt door variaties
van het DNA. Toeval bepaalt welke genen er precies in een eicel of een spermacel terechtkomen. En toeval
bepaalt ook door welke spermacel een eicel wordt bevrucht. Zo treedt er een nieuwe generatie aan de dag
met een nieuwe, gevarieerde reeks van individuen. Ieder individu moet met zijn erfelijke bagage zien te
leven en te overleven.
- Nu ontstaat er een keiharde ‘strijd om het bestaan’ (‘struggle for life’). Door het hiervoor al
genoemde teveel aan nakomelingen ontbrandt deze strijd door onderlinge competitie, o.a. vanwege de
beperkte aanwezigheid van ruimte en voedsel. Het is een strijd tussen individuen en deze wordt op leven
en dood beslist.
- Zij die zich het best weten te verweren zullen deze strijd overleven. Zo wordt er gesproken
over het ‘overleven van de best aangepaste’ (‘survival of the fittest’). Dat is hij die de beste schutkleuren
heeft, het snelst is, het hoogste kan klimmen of zich het beste dood weet te houden. Het maakt niet uit hoe,
als het maar effect heeft. Het doel heiligt de middelen.
En zo spreekt vrijwel iedere bioloog uit, dat de huidige stand van zaken het resultaat is van louter
toeval. Toeval beslist welke erfelijkheid ontstaat en toeval beslist hoe het milieu is veranderd en hoe
de soort zich daar toevallig in heeft ontwikkeld. Tot zover Darwin.
het vitalisme ...
zou de laatste regel (4.) echter anders formuleren. ‘Survival of the fittest’ zou moeten
worden gelezen als ‘survival of the most vital’. De meest vitale overleeft, want hij heeft de meeste
levensenergie en overlevingsdrang. Let wel: een drang die zich vanuit de ziel manifesteert op het leven
van het individu. Een drang tot het Goede, Ware en Schone, in Liefde en in Vrijheid.
Hoe ontstaat vitaliteit?
We kunnen dit zien als het resultaat van de combinatie van de twee oorzaken die het individu vormen.
Als eerste is er het lichaam met zijn DNA en derhalve zijn chemie, organische structuren en erfelijke
gedragspatronen. Dit ontstaat door toevallige samenvoeging van vaderlijke en moederlijke genen tijdens de
voortplanting.
Als tweede is er de ziel met zijn karma dat deze met zich meedraagt, als resultaat van vele, vele levens
met ervaringen. Dat karma, die geheugenimpressie uit het verleden, geven hem een levensdoel (Sanskriet:
dharma) dat bij hem past. Hij behoeft daardoor een lichaam dat zo goed mogelijk voorziet in de
bijzondere levenstaak die hem te wachten staat.
Als de combinatie ziel + karma optimaal aansluit op de stoffelijke vermogens, dus het DNA, is de
vitaliteit ook optimaal.
Het gaat er bij ‘survival of the fittest’ dus niet om hoe de levensvorm in haar omgeving past, maar
hoe de (karmisch geladen) ziel in haar lichaam (DNA) past. Dát bepaalt de vitaliteit, dát maakt de vorm
levenskrachtig en vergroot haar overlevingskans.
Een vitaler organisme zal een grotere kans maken te overleven en zijn DNA door te geven aan zijn nageslacht.
Zo blijven de ontwikkelingen van lichaam (door DNA) en geest (door karma) met elkaar in overeenstemming.
De altijd aanwezige innerlijke drijfkracht van de ziel zorgt voor een doelgerichte evolutie. Het is een
doel dat we in de natuur om ons heen geleidelijk aan tot expressie zien komen. Bewustzijn, vrijheid, goedheid
enz. zullen optimaal tot uiting komen. Totdat totale vrijheid ten aanzien van de wereld is gerealiseerd en
reïncarnaties niet verder meer nodig zijn. Dan is de bevrijding een feit.
terug naar boven