de ziel
bestaat de ziel?
Verificatie noch falsificatie is mogelijk, met andere woorden, je kunt niet te weten komen of de
ziel wel of niet bestaat. Zelfs de hoogste, meest bewuste, heiligen verschillen hierover van mening.
De Boeddha ontkent bijv. het bestaan van een ziel, maar Shankara, Vivekananda, Sai Baba en vele andere
Indiase wijzen menen dat deze wel bestaat. Ook bijv. in het Christendom komt de ziel aan de orde.
Allen, ook de boeddhisten, erkennen in ieder geval het principe van een diepere essentie, karma en reïncarnatie.
Dit in tegenstelling tot de meerderheid van moderne wetenschappers en filosofen.
Hoe dan ook, we komen er niet uit. Iedere mening omtrent de ziel is uiteindelijk een geloof, dat
resoneert op de karakterstructuur van de persoon in kwestie.
De wetenschap wil zich liever niet aan dat geloof branden en laat, sinds Descartes (1596 - 1650), de ziel
buiten beschouwing. Dat kan en dat werkt, de resultaten zijn indrukwekkend.
Maar je zou even goed kunnen kiezen voor de positieve benadering: de ziel, of althans een soort
levensessentie, wordt dan wel erkend. Dat verandert niet zoveel aan onze technische kennis. Maar zo’n
filosofische insteek is wel degelijk van belang voor bijv. de psychologie of het evolutieonderzoek.
De neiging van veel wetenschappers om deze mogelijkheid actief te bestrijden is eigenlijk een vorm van
dogmatisme en is even verwerpelijk, want kortzichtig, als de uitspraak van bijv. een katholiek die stelt
dat hij het enige ware geloof heeft.
Wij gaan er hier vanuit dat de ziel wel bestaat en dat deze onderhevig is aan reïncarnatie en karma.
reïncarnatie
Er zijn talloze aanwijzingen dat reïncarnatie bestaat. Sommigen herinneren zich bij vol bewustzijn,
vele anderen onder hypnose, dat zij vroeger een ander leven geleefd hebben. Tot in detail worden soms
feiten van dat vroegere leven herinnerd die onmogelijk op een andere wijze kunnen worden verkregen.
Dat zijn waarnemingen waar je niet makkelijk omheen kunt.
Voor de evolutie betekent dat, dat we niet maar eenmaal leven, maar dat we een eindeloos lange reeks
levens achter ons hebben. Incarnatie en de dood wisselen elkaar af als het ritme van waken en slapen
dat wij zo goed kennen. Steeds weer keren we terug in de stof en steeds weer leren we beter met die
situatie om te gaan. Aangezien we onverminderd deel uitmaken van de immanente God, kun je ook zeggen
dat God door ons steeds beter zijn schepping kan vervolmaken.
karma
Wij moeten doen waarvoor we op aarde zijn gekomen. Juist gedrag of rechtschapenheid (Sanskriet:
het dharma) is in overeenstemming met de afgelegde evolutieweg en dus voor iedereen anders.
Ieder heeft een eigen bewustzijnniveau en een eigen karmische last. Dat karma ontstaat zodra je een
handeling, zelfs al in gedachten, verricht dat alleen in eigen belang is en niet in het algemene belang.
Karma is er in soorten. Je hebt slecht karma, dat voortkomt uit onzinnig, slecht gedrag (bijv. diefstal)
en je hebt goed karma dat voortkomt uit onzinnig, goedbedoeld gedrag (bijv. teveel weggeven, want dan
steel je van jezelf). Het beste is gedrag dat geen karma veroorzaakt: juist gedrag. Dat is in
overeenstemming met je dharma, je levenstaak: je geeft precies zoveel als je kunt missen en de ander
nodig heeft.
Zelfzuchtig gedrag geeft echter wrijvingen in het causale lichaam, dat grensgebied tussen ziel en
persoonlijkheid. Daar hopen zich de karmische geheugenimpressies (Sanskriet: samskara’s) op. Die
vertroebelen het contact van de ziel met de uiterlijke wereld. Dat is de basis van onwetendheid:
avidya. De astrale waarneming van de persoon zelf raakt verward: hij raakt het contact met
de ziel kwijt en verliest zich in het tumult van de wereld. Dat maakt hem egoïstisch en zorgt dat
hij voortdurend oordeelt: dit is goed voor mij en dat niet. Karma is dan ook de bron van alle
lijden en dat lijden, dat begint met onwetendheid, brengt weer nieuw karma voort. We zijn daarmee
in een eindeloze cyclus beland van lijden dat lijden teweegbrengt - en dat vertaalt zich naar de
eindeloze cyclus van geboorte en dood, de eeuwigdurende reïncarnatiecyclus.
Hoe komen we hier uit? Door introspectie (vooral door meditatie) en door juist gedrag te bevorderen.
Die laatste vinden we terug in de morele regels van iedere godsdienst. Zó zorgen we ervoor dat ons
karma gaat afnemen en dat we weer helderder, bewuster worden.
Dat proces verloopt vanzelf. De ziel wil graag in de stof zijn, maar ze wil ook vrij zijn van de
gehechtheden van die stof. Die inherente, voortstuwende kracht is de aandrijfkracht van de
bewustzijnsevolutie die zichtbaar is in de biologische evolutie.
kenmerken van de ziel
Als de ziel volledig tot expressie komt in het bewustzijn en het leven van een persoon, ervaart hij
de drie kenmerken ervan volledig:
De ziel (het Atman) is volgens de hindoe: Sat-Chit-Ananda. Dat betekent:
Zijn-Bewustijn-Gelukzaligheid. Zo iemand kent zijn eeuwige bestaansgrond (Sat), heeft een
uiterst hoog ontwikkeld kenvermogen (Chit) en is in een voortdurende staat van gelukzaligheid
(Ananda).
Die drie: Zelfzekerheid, Zelfbewustzijn en Gelukzaligheid zijn in ieder al aanwezig. Maar bij volledige
Zelfrealisatie zijn ze permanent in de persoon aanwezig. Geluk of bewustzijn worden dus niet door de hersenen
gecreëerd. De hersenen zijn hoogstens de ontvangers ervan. Ze vertalen die subtiele kwaliteiten in een
stoffelijke vorm - en onze wetenschap kan alleen die laatste zien.
terug naar boven