![]()
|
||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
HOOFDTHEMA'Sevolutiede zielhet goede, het ware en het schoneliefde, vrijheidsdrangde elementendrie lichamen, vijf omhulselsyama's en niyama's: ethiek |
het goede, het ware en het schone
universele waarden Alle organismen manifesteren het Goede, Ware en Schone op hun wijze. Maar alleen bij de zelfbewuste mens, die tevens mineraal, plant en dier is, komen ze in hun volle omvang tot uiting. Wel zijn ze min of meer betrokken op de drie lichamen van ons wezen.
de drie lichamen Het astrale lichaam ontvangt de zielenenergie vanuit het causale lichaam. Maar in het astrale lichaam bevinden zich bovendien de archetypische structuren, vol van zintuiglijk geheugen en instinctieve reflexen. Bij de mens is er het intellect (buddhi) aanwezig. Zo kent de mens de waarheid. Het is een waarheid die ‘van boven’ komt, d.w.z. van het causale lichaam en, via deze, van de ziel. Deze wordt in het astrale lichaam in overeenstemming gebracht met de zintuiglijke informatie van de buitenwereld. Door dat intellect weten we hoe ‘waar’ bepaalde waarnemingen zijn. Zo creëren we ons onderscheidingsvermogen. Het fysieke lichaam kent schoonheid. Maar wat is die schoonheid? Schoonheid komt voort uit vitale levenslust, zij komt voort uit de zielenimpuls. Als de levenskracht verminderd gaat schoonheid achteruit. Een dood lichaam verlies haar schoonheid volledig. Zielenleven geeft dus allereerst Goedheid. We willen allemaal goeddoen, zij het dat ons bewustzijn beperkingen oplegt aan de reikwijdte van onze liefde. Minder bewuste mensen doen alleen goed aan mensen die hen nabij staan. Hoog ontwikkelde mensen doen op laatst aan iedereen goed, zonder uiterlijke onderscheid. Het is alles een kwestie van karakter, we kunnen er niet veel aan veranderen. Maar het is op de lange termijn, gedurende vele levens, wel onderhevig aan evolutie. Uit causale Goedheid komt onderscheidingsvermogen voort: het astrale Ware. Hoogbewuste personen zijn dan ook intelligenter, intuïtiever. Dat wil zeggen dat ze beter weten wat ‘echt’ is dan minder bewuste mensen. Het is een abstract soort invoelingsvermogen waar het hier om draait. Maar in de praktijk kunnen op grond van dit vermogen wel de juiste beslissingen worden genomen. Uit Goedheid komt Waarheid voort en uit Waarheid komt tenslotte fysieke Schoonheid voort. Het uiterlijk is ‘schoon’ als ze een uitdrukking vormt van innerlijk leven. Dat geldt ook voor alles wat de mens maakt. Schoonheid is altijd het resultaat van toewijding en perfectie. Echte kunst overleeft de generaties, echte wetenschap net zo. We kunnen niet zonder schoonheid, het is onze liefde voor de wereld en voor het leven die ons daartoe aanzet. Schoonheid kan ons vangen en aan de uiterlijke wereld boeien, maar naarmate we beter in contact komen met onze ziel zal onze vrijheid toch toenemen. |
De mens is Sathyam, Shivam en Sundaram. Daardoor wordt hij bewogen door
het ware, het schone en het goede.
Te laat heb ik u bemind, oude en tegelijk zo nieuwe schoonheid, te laat heb ik u bemind.
Terwijl gij in mij was, en ik buiten mijzelf, op zoek naar u.
Er is geen goed of slecht, maar het denken maakt het ervan.
Want wat is het kwade anders dan het goede dat door zijn eigen honger en dorst wordt gekweld? Als het
goede hongert, zoekt het zijn voedsel zelfs in duistere spelonken en als het dorst drinkt het zelfs
van dode wateren.
Omdat de mens een ziel is en het geestelijk bepaald is dat hij moet werken als ziel,
ontstaat er een wrijving tussen ziel en persoonlijkheid. Deze wrijving is een belangrijke
oorzaak van alle ziekten. | ||||||