terug naar 'boek'

bestel het boek hier

info + bestel

... pag 19 - 22 ...

Jezus vertelde zijn analogie van de verloren zoon.

Deze jongste zoon is naar een ver land gereisd. Hij is nu nog bezig in de wereld zijn meegenomen geld te verbrassen. Hij zal veel schade doen en berooid en vol schuldgevoelens weer tot zichzelf komen. Maar hij zal in de wereld geleerd hebben hoe betrekkelijk bezit is, hoe vluchtig vriendschap is en hoe snel populariteit verdwijnt. Hij zal leren het werkelijke te onderscheiden van het onwerkelijke, ware schoonheid te verkiezen boven pronkzucht en ijdelheid en zedelijk leven boven zedeloosheid. En hij zal, als hij weer thuiskomt, onthaald worden door de thuisblijvers die met grote nieuwsgierigheid zijn verhalen zullen aanhoren. Zij zullen helaas enkel indirect van hem kunnen leren, want zij hebben de ervaringen alleen maar aangehoord en niet zelf meegemaakt. Toch zullen ze kunnen genieten van de verworven levenswijsheid van de teruggekeerde zoon.
Dát is de metafoor van onze ontdekkingsreis, die ons leven is. Dat geldt voor ieder van ons. Ook wij zijn op reis. We zijn uit de geestelijke wereld de materie ingegaan. We hadden er behoefte aan, deze zijde van onszelf te leren kennen. Maar we zijn er blijven plakken. We zijn als vliegen op de honing afgekomen en zitten er nu aan vast. Als je je leven lang aan de honing vastzit, zul je uiteindelijk denken dat de hele wereld alleen maar uit honing bestaat. Als je er uiteindelijk uit wordt verlost zie je opeens hoe groot de wereld is en hoe vrij je bent om daarin rond te vliegen. De wereld is als honing, ze is verrukkelijk zoet, maar ze houdt je vast. De Vedanta en de yoga sporen ons aan ons los te maken en uit te vliegen.
De honing zit van buiten, maar de vrijheid zit van binnen en onze ziel vormt de toegangspoort. Als we onze aandacht nu naar binnen richten vinden we daar andere werelden. De weg naar binnen kan technisch worden begeleid door de yoga, een ontwikkelingsweg die onder meer geplaveid wordt door juiste ethiek en meditatie.

BEWUSTZIJN

Het begrip dualiteit refereert aan het bestaan van een tweetal onafhankelijke grondprincipes. Zo kunnen we aannemen dat de ziel eeuwig en onverwoestbaar is, ook na de bevrijding uit de stof - een academische kwestie waarin de grootste zielen elkaar nog tegenspreken. Voor de ervaringen van alledag is een ander soort dualiteit van belang. Dat is het tweevoudige principe van materie en geest.
Volgens de oorspronkelijke yogaleer zijn geest (Sanskriet: Purusha) en materie (Prakriti) twee gescheiden principes. Toch doordringt de geest de materie, waarbij er een associatie optreedt die de materie niet ongemoeid laat. In zijn algemeenheid kun je daarbij spreken over de 'bezieling' van de materie. Alice Bailey (1880 - 1949, afkomstig uit de theosofische school) benadert de ziel op een heel mooie manier: 'De ziel, zowel macroscopisch als microscopisch, universeel zowel als menselijk, is dat wezen dat tot aanzijn geroepen wordt wanneer het geestaspect en het stofaspect met elkaar verbonden worden.' Dit manifesteert zich in de materie onder meer in de vorm van een levengevende vitaliteit en werkt daarmee zelfs door tot in de grove, fysieke stof.
De zuivere geest (Purusha) wordt in de yoga ook gezien als het transcendente bewustzijn, het hoger geestelijke aspect of de 'Ziener'. Dit pure bewustzijn raakt echter geconditioneerd door zijn contact met het stoffelijke lichaam. We ervaren het dan bijvoorbeeld door onze stemmingen en emoties, onze instincten en het denken, het intellect en de intuďtie. Het bewustzijn strekt zich dus uit over een groot gebied van ons wezen en sommige delen ervan vallen zelfs buiten onze controle en daar spreken we over het onderbewuste of het bovenbewuste. Waarbij wordt aangetekend dat het bovenbewuste altijd in directe relatie staat tot de inwonende ziel (het Atman) of het hogere geestelijke Zelf (Purusha).
Al deze afgeleide vormen van bewustzijn trekken zo sterk de aandacht van de, in wezen onafhankelijke, 'Ziener', dat er een identificatie optreedt met de materie. Daardoor raakt hij gebonden en vervolgens onwetend ten aanzien van zijn afkomst (hier werkt Maya). Hij meent nu in afgescheidenheid te leven van God en de rest van de wereld - een verwarrende en angstige ervaring.
Priesters, heiligen of zieners kunnen praten als Brugman, de Geschriften kunnen ons de verheffendste verhalen voorhouden, geestelijken kunnen afvalligen de afschuwelijkste hellebeelden voorschilderen, maar door ons gemis aan bewust contact met onze Schepper kunnen we niet geloven dat we deel uitmaken van een goddelijk totaalplan. Totdat ons de schellen van de ogen vallen en we de illusoire kracht van Maya hebben overwonnen en we onze onwetendheid hebben verdrongen.
Deze ervaring van dualiteit maakt ons tot eenzame strijders. We zien de Schepper niet of we geloven in Hem als een hoogverheven, transcendente God of als vertegenwoordigd door een groep Goden. Zo worden we tot verloren zonen en dochters.
Het non-dualistische geloof, daarentegen, deel uit te maken van het lichaam van een immanente God, mag dan voor vrijwel iedereen niet meer dan een theoretische visie zijn, zij is wel een glorierijke. We geloven dan niet alleen ooit weer naar ons Thuis terug te zullen keren, maar geloven zelfs nu al Thuis te zijn. Al die gevaarlijke omzwervingen, al die ervaringen, doen ons slechts tot ons Zelf komen.
Het Koninkrijk God bevond zich altijd al in onszelf.

terug naar boven

UIT ...


  H1
  H2
  H3
  H4
  H5
  H6
  H7
  H8
  H9
  H10
  H11
  H12