terug naar 'boek'

bestel het boek hier

info + bestel

... pag 141 - 142 ...

9. HET DIERENRIJK

DE RELATIE TUSSEN PLANTEN, DIEREN EN MENSEN

We hebben in het voorafgaande de taakstelling van het dierenrijk, voor wat betreft de opbouw van de archetypen in de astrale wereld, verduidelijkt. Hiermee kunnen we nu ook een beter inzicht krijgen over wat het plantenrijk nu betekent voor de causale wereld. Besef daarbij dat alles één is en alle levensvormen door hun gemeenschappelijke oorsprong en doel vanuit dezelfde levenswetten werken.
Astrale lichamen van individuele levensvormen maken volledig deel uit van de astrale materie van de hele planeet. Datzelfde geldt voor de causale lichamen. Ook deze zijn slechts plaatselijke 'verdichtingen' binnen de uitgestrekte zee van de causale stof van onze aarde. En is het met de fysieke stof zo anders? Natuurlijk niet. Door ons lichaam gaat een voortdurende stroom van voedsel en lucht, waardoor ons fysieke lichaam wordt onderhouden. Zo'n stofwisseling is er in alle drie de werelden. Vandaar dat de astrale instincten en ook het causale karma zo gemakkelijk door anderen, en zeker binnen de groep van soortgenoten, opgepikt worden. Anders gezegd komt het erop neer dat we niet alleen voor onszelf denken en doen, maar daarmee ook een bijdrage leveren aan het wereldwijde denken en doen. Deze geestelijke activiteiten spelen zich voornamelijk af op twee niveaus, namelijk het causale en het astrale.

De opbouw van dierlijke archetypen in de astrale wereld is in het vorige hoofdstuk omschreven als het resultaat van het aanpassen van de 'taal van de materie aan de taal van de ziel'. Zo kan de immateriële ziel de materiële schepping begrijpen en hanteren. Een plant doet iets vergelijkbaars, maar dan in de causale wereld. Zoals een dier archetypen maakt, maakt een plant causale natuurwetten. De wetten van karma, reïncarnatie en ethiek vinden op dat vlak op een effectieve wijze hun beslag. De opbouw van deze wetten is de eerste voorwaarde om het zielenleven toe te kunnen laten in de stof. De zielenimpuls, die het individu doet scheppen, wordt zodoende als het ware geprogrammeerd tot een taal van de causale materie. De plantenziel brengt deze laatste daarmee tot leven en zorgt zo voor de juiste afstemming op de Schepper. Dat heeft dan vanzelfsprekend z'n gevolgen voor de astrale wereld van het dier. Het resultaat is dat al snel na het causale werk van de eerste primitieve planten er primitieve dieren kunnen ontstaan die met hun astrale werkzaamheden kunnen beginnen. Het plantenrijk is als een wetgevende macht, het dierenrijk een uitvoerende macht. De plant werkt abstract, het dier maakt de zaak concreet. En de mens vervolmaakt dat alles door zijn creatieve werk in de fysieke stof.
Wanneer iemand vroeger zijn eerste TV aanschafte moest er tegelijk een antenne op het dak worden geplaatst. De zorg voor een goede ontvangst was een tijdrovende klus. Op het dak zat een installateur die de antenne ongeveer de goede kant op richtte, zodat het ethersignaal naar behoren kon worden ontvangen. Tegelijk stond iemand anders beneden de TV af te stellen op het te ontvangen signaal. Dat leverde eerst nog een vaag beeld op. Aan de hand daarvan werd de antenne nog wat nauwkeuriger gericht en dat had natuurlijk direct een gevolg voor het beeld van de TV - die kon dan nog beter worden ingesteld. Opnieuw werd nog eens aan de antenne gedraaid, de TV bijgesteld enzovoort. Dit voorbeeld maakt duidelijk hoe de ontvangst van de bovenstoffelijke zielenimpuls door de fijngevoelige 'antenne' van het causale naar het astrale in zijn werk gaat. Planten richten zich, via hun werk in de causale wereld, op een goede ontvangst van het zielensignaal. Dieren stellen dat beeld bij en niet alleen het beeld, maar ook het geluid en de rest van de zintuiglijke weergave. Dieren kunnen zich ontwikkelen dankzij het feit dat planten de weg bereid hebben. Dat verklaart een heel belangrijke waarneming, namelijk dat de evolutie van het dierenrijk parallel loopt aan die van het plantenrijk. Als planten verder evolueren, evolueert daarmee de causale wereld (de antenne voor de zielenontvangst) en daardoor kunnen ook dieren verder evolueren en betere archetypen vormen. Planten werken aan de causale randvoorwaarden en dieren werken deze uit in de astrale schepping.

terug naar boven

UIT ...


  H1
  H2
  H3
  H4
  H5
  H6
  H7
  H8
  H9
  H10
  H11
  H12