vijf soorten geloof
Heiligen weten, zij kennen de ziel en de Bron van het leven. Mensen geloven en verlangen naar dit inzicht. En dat geloof gaat alle kanten op. Zo kun je in een transcendente God in de hemel geloven of in een immanente goddelijke energie. Ook kun je nergens in geloven.
Ik hoor het de atheïsten zeggen - de Bijbel is een sprookjesboek. Evenals de Koran of bijvoorbeeld de Indiase Mahabharata. En daar zit wel wat in, want vele gebeurtenissen die daar beschreven worden zijn historisch gezien onbewijsbaar. Wel hebben deze verhalen een metaforische betekenis, zoals bij de meeste sprookjes. Je kunt ze lezen als morele lessen. Moeten we dan in deze ‘sprookjes’ geloven? Dat is voor iedereen om zelf te bepalen.
Het geloof hangt af van je zelfbewustzijn.
Ze richt zich in onze evolutie op steeds subtielere omhulsels:
Aardemensen (‘doeners’): zelfvestiging – het fysieke lichaam
Watermensen (‘dromers’): zelfontplooiing – het vitale omhulsel
Vuurmensen (‘verdieners’): zelfbepaling – het mentale omhulsel
Luchtmensen (‘denkers’): groepsbewustzijn – het intellectomhulsel
Ethermensen (‘verdiepers’): zelfexpressie – het gelukzaligheidsomhulsel
Het raadsel van ons bestaan is het grootst bij de aardemensen. In de prehistorie en bij vele natuurvolkeren waren natuurwetenschappelijke verklaringen nog niet aan de orde. Men werd door gevaren omgeven en velen stierven door voedselgebrek, ziekte, ongelukken en gevaarlijke roofdieren. De onvoorspelbaarheid van allerlei natuurlijke omstandigheden, zoals langdurige droogte, storm, aardbevingen, maar ook ziekte of onvruchtbaarheid overkwamen hen. Verbijsterd over de ontembaarheid van de natuur werd er geofferd en gebeden. Aan bergen en rivieren, de zon en de maan, sterren en planeten werden magische of goddelijke krachten toegedicht. Door offerrituelen en gebeden werd gehoopt dat er iets aan doen was.
Hier is sprake van een geloof dat past bij de kleuterleeftijd. De aardemens richt zijn zelfbewustzijn op de grofstoffelijke wereld, op alles wat tastbaar en zichtbaar is. Hun geloof, hoop en liefde worden dan ook opgewekt door uiterlijkheden, deze voelen voor hen vertrouwd aan. Daardoor zijn ze toegewijd aan beelden, rituelen, muziek en samenzang. Ze kunnen zich volledig overgeven aan kerk en predikant. Daar heerst geborgenheid en is veiligheid.
Watermensen zijn door ervaringen uit eerdere levens gegroeid tot het niveau van een kind. Zij concentreren zich op het gevoelsniveau van het vitale omhulsel. Het gaat bij hen om stemmingen en sferen. De waarheid is mistig en het geloof is nog wankel. Het sentiment bevindt zich hier nog boven het verstand.
Dit zijn de echte gelovigen, in de ware betekenis van het woord en verliefd op verhalen, mythen en legenden. Als het verhaal hen aanspreekt, als ze er een goed gevoel bij hebben, gaan ze er volledig in mee. Helaas worden ze soms verleid door een nepgoeroe en raken betrokken bij een sekte, geleid door een narcist die als zelfverklaarde profeet meent het licht te hebben gezien. Ontkerkelijking is slecht nieuws voor hen, want de kerk wordt gewoonlijk geleid door goed opgeleide predikanten die steunen op eeuwenoude tradities. Kerken, synagogen, tempels en moskeeën hebben een hoop veiligheid te bieden. Nu het gebedshuis niet altijd meer nabij is kunnen sekten hun plaats innemen.
In deze groep vinden we ook de mediums die contact leggen met overledenen. En handlezers, kaartleggers, aurahealers, magnetiseurs en dergelijke personen die heel gevoelsmatig zijn ingesteld.
Bij vele natuurvolkeren bestaan deze praktijken ook. Zij hebben vaak een uitvoerige voorouderverering.
Vuur geeft structuur
Vuurmensen richten zich meer op een verstandelijke benadering van het geloof, want zij richten zich op het mentale omhulsel. Het vuur vraagt om structuur. Deze mensen hebben over het geloof nagedacht en zijn zeker van hun zaak. Vuurmensen hebben de religieuze instituties en de eredienst vormgegeven en nemen daar geregeld zelf een belangrijke plaats bij in.
Maar vaak gaat het mis en leidt hun eigenwaan naar een verlangen tot macht. Hun geloof is onbetwistbaar en andere religies zijn concurrenten geworden. Ook leidt het vuur tot steeds verdergaande afsplitsingen door afwijkende interpretaties van bepaalde teksten of historische gebeurtenissen. Echt extreem is de toestand in landen als Iran en Afghanistan waar religie het hele volk onderdrukt. De terreur die zij uitoefenen staat daar echter verder af van religie dan die van een gemiddelde atheïst. Het heeft niets, maar dan ook niets meer met religie te maken. God is liefde, geen haat.
Het vuurgeloof is puberaal, namelijk principieel, gestructureerd en vol wedijver. Als ze kiezen voor het atheïstische geloof zijn het meteen de felste bestrijders van welke religie dan ook. Intolerantie komt met het vuur.
Maar dan komen de luchtmensen die zich zelfbewust zijn van hun intellectomhulsel. Zij zijn gefocust op het goede in de mens, zoals het volwassenen betaamt. Het onderscheidingsvermogen is gewetensvol, maar ook analytisch. Zij zullen dus zoeken naar de gronden van het bestaan, als filosoof, als wetenschapper of als godgeleerde. Deze mensen vallen primair (het mensenrijk) én secundair onder het element lucht. Het is niet gek dat zij hun geloof op de mens zelf richten en dat leidt tot het humanisme. Dat kan gepaard gaan met een geloof in een immanente God, want waar God door de mens heen werkt staat hij sterk en verantwoordelijk in het leven en streeft hij het goede na. Luchtmensen zijn door hun brede interesse vaak ook twijfelaars en ze zullen maar moeilijk kunnen kiezen tussen deze of gene filosofie, deze of gene spirituele beweging of interpretatie van hun religie. Ze zullen de Geschriften analyseren en zoeken naar de oorsprong van het geloof. Wellicht ontdekken ze dan spirituele overeenkomsten die aanzetten tot bijvoorbeeld oecumene. Uniforme ‘religies’, zoals gnostiek, soefisme, Bahai, vedanta, theosofie en antroposofie horen ook bij deze groep. Vele Indiase goeroes spreken ook die taal.
Als laatste zijn er de ethermensen. Zij richten zich al twijfelend en tastend op het gelukzaligheidsomhulsel (heiligen hebben dat omhulsel pas echt gerealiseerd). Zij voelen dat er meer is dan alleen de grove materie. Door meditatie en samadhi zal bij hen de aantrekking tot God gaan toenemen en hun leven staat in toenemende mate in het teken van overgave en begeerteloosheid. Dat maakt hen gelukkig, vol vreugde en innerlijke vrede. Mensen van dit type begrijpen elkaar zonder woorden, of ze nu christen of boeddhist zijn, moslim of antroposoof. Innerlijke wijsheid overheerst uiterlijke kennis. Meestal staan ze vrij los van de kerk, want ze vinden de Bron in zichzelf. De religieuze verhalen worden hier verinnerlijkt tot mystieke wijsheden.
Zelfs ethermensen zijn nog gelovig, het zijn de spirituele aspiranten of discipelen, de zoekers naar de Waarheid. Zij kunnen die bemachtigen door meditatie, het bestuderen van Heilige Geschriften en uitsluitend met behulp van een gerealiseerde Meester. De kunst is om deze te vinden is niet groot, zeldzaam als ze zijn. De meeste spirituele meesters zijn nog lang niet heilig. Toch kunnen ook deze laatsten je een stuk op weg helpen, hou dan goed in de gaten of je er gelukkiger van wordt!