vijf soorten zelfbewustzijn

Er is geen soort die de wereld zo naar zijn hand heeft weten te zetten als de mens. Dat kan hij dankzij zijn zelfbewustzijn. Er zijn inmiddels meerdere diersoorten bekend die hierover beschikken maar geen van hen heeft zo’n stempel op zijn omgeving weten te zetten als wij. Geen van hen is zo zelfbewust als de mens.

Behalve een zelfbewustzijn beschikken we ook over groepsbewustzijn. Dat is van een heel andere orde dan het kudde-instinct bij dieren. De mens beschikt namelijk, in tegenstelling tot dieren, over empathische vermogens. Hij handelt uit genegenheid en dat leidt als vanzelf naar een verlangen tot goeddoen.

Er wordt heel wat geklaagd over het gebrekkige fatsoen van onze soort en velen doen het niet best op dat gebied. Waar blijft dan die verwachte deugdzaamheid en waarom zijn zoveel mensen egoïstisch en asociaal?

Ieder kan kiezen of hij de voorkeur geeft aan het zelfbewustzijn of het groepsbewustzijn. Kiest hij allereerst voor het ‘ik’ of het ‘wij’? Hoe ieder daarin staat zegt iets over zijn evolutieniveau. De mens is in evolutie en we zijn niet allemaal even ver gevorderd. Er zijn dus hele goede en hele foute mensen. Opvoeding en erfelijkheid spelen hierin zeker een rol, maar er is meer aan de hand. Want het is opvallend hoe sterk kinderen binnen één gezin van elkaar kunnen verschillen, terwijl ze genetisch veel op elkaar lijken én dezelfde opvoeding hebben gehad.

Mensen zijn allemaal evenwaardig, maar zeker niet even aardig

Tegen de achtergrond van spirituele principes als reïncarnatie en karma leren we, leven na leven, minder vanuit ons ego te handelen maar juist verantwoordelijker te zijn. De ontwikkelingen verlopen naar het stramien van de vijf elementen. Mensen van de typen aarde, water en vuur hebben nog maar een matig moreel bewustzijn. Bij hen voert het ego de boventoon, terwijl bij de lucht- en ethertypes het wij-gevoel domineert.

Mocht het nu zo zijn dat u onder aarde, water of vuur valt dan hoeft u zich daar niet voor te schamen. Wat u wel moet doen is proberen op te letten hoe moreel uw handelingen zijn. We hebben allemaal een intellect en alle religies verkondigen de morele regels. Dat doen ze niet voor niets. Dat doen ze omdat ze terecht denken dat iedereen ernaar kan leven. Moreel gedrag leidt tot een wedergeboorte met een hoger ontwikkeld geweten. Omgekeerd kan een opzettelijk gewetenloos bestaan leiden tot een ‘lagere’ geboorte. Maar wat betekent hoger en lager, want zijn sommige mensen minder waard dan anderen? Nee, we zijn als mensen allemaal evenwaardig, maar zeker niet even aardig. En dat is je eigen keuze, je kiest zelf hoe deugdzaam je bent en welke richting je kiest in je persoonlijke evolutie.

Het goede in de mens is dus in evolutie. Ik hanteer de volgende stappen in bewustzijn die bij elke ontwikkeling worden gezet:

Aarde – zelfvestiging

Water – zelfontplooiing

Vuur – zelfbepaling

Lucht – groepsbewustzijn

Ether – zelfexpressie

Ruwweg kun je op die manier vijf mensentypen onderscheiden. Deze worden bepaald door de wijze waarop het zelfbewustzijn grip heeft op de omhulsels in de aura. Er zijn, zoals we weten, vijf stoffelijke gebieden die de individuele ziel versluieren. Zij corresponderen met de vijf elementen.

Deze elementen, en dus de stappen van bewustzijn, kun je koppelen aan de yogamoraal met z’n yama’s (morele weigeringen) en niyama’s (morele plichten). Zo kun je in elke samenleving vijf mensentypen herkennen.

  1. de ‘doeners’ van het element aarde; het grofstoffelijke omhulsel

          Yama: geweldloosheid  -  Niyama: zuiverheid

  1. de ‘dromers’ van het water; het vitale omhulsel

          Yama: niet liegen – Niyama: tevredenheid

  1. de ‘verdieners’ van het vuur; het mentale omhulsel

          Yama: niet stelen – Niyama: soberheid

  1. de ‘denkers’ van lucht; het intellectomhulsel

          Yama: niet misbruiken – Niyama: studie van het zelf

  1. de ‘verdiepers’ van het element ether; het gelukzaligheidsomhulsel

          Yama: niet begeren – Niyama: overgave

Vijf mensentypen

  1. Doeners, aardemensen – geweldloosheid, zuiverheid

In de eerste incarnaties nadat een mens uit het dierenrijk is ontkomen richt het zelfbewustzijn zich op het grofstoffelijke omhulsel, oftewel het fysieke lichaam. Er is geen goede beheersing van gevoelens en emoties en het denken is daardoor nog verward.

Deze mensen werken graag met de handen. Door hun zwakke controle op hun gevoelens en emoties kunnen ze bij tegenvallers of door onbegrepen gebeurtenissen of mensen gemakkelijk tot geweld overgaan. Argumenten hebben ze weinig, behalve die van de vuist. Hun wordt zuiverheid geadviseerd. Geen drank, tabak of drugs. Gezond eten en zorgen voor een fysiek gezond lichaam.

  1. Dromers, watermensen – niet liegen, tevredenheid

Nadat de mens lichaamsbewust is verlegt het zelfbewustzijn zich naar het vitale omhulsel met zijn subtiele levensenergieën, de prana’s. Gevoelens in dat omhulsel die de levensenergie aantasten of verhogen hebben invloed op het denkvermogen. Het denkvermogen wordt dus gekleurd door gevoelens van sympathie of antipathie, verrukking of depressie, of na een compliment of belediging. Dat maakt de beleving van hun waarheid betrekkelijk.

Ze hebben veel gevoel voor anderen en doen vaak werk in de verzorging, maar ze kunnen ook verleid worden tot de gekste ideeën. Ze zijn dus heel bevattelijk voor desinformatie en complottheorieën. Als hun ideeën weer eens worden gefrustreerd leidt dat tot ontevredenheid. Hier moet dus juist tevredenheid worden geoefend.

  1. Verdieners, vuurmensen – niet stelen, soberheid

Nu betreedt het zelfbewustzijn het mentale omhulsel met het instinctieve denken, de zintuiglijke reflexen, de emoties en het ego. Deze mensen kennen de wereld maar zien deze vooral als een afspiegeling van zichzelf. Hun eigenwaarde stijgt bij uiterlijk succes. Ze nemen wat ze nemen kunnen, zijn egoïstisch, competitief en strijdlustig. Ze letten daarbij te weinig op de schade die ze aanrichten.

Deze groep moet soberheid leren. We vinden hen in de zakenwereld, werkend vanuit het credo: zo goedkoop mogelijk inkopen en zo duur mogelijk verkopen. In bezit van een goed verstand maar met weinig inlevingsvermogen veroorzaken ze veel schade in de maatschappij en de wereld.

  1. Denkers, luchtmensen – niet misbruiken, studie van het zelf

Eindelijk komt het intellectomhulsel in beeld. Het is het omhulsel dat in staat is analytisch te denken. Dit causale bewustzijn is bovendien ook direct gekoppeld aan een hoger empathisch vermogen. Een hoog IQ is van levensbelang en vergroot het welzijn van de mens. ‘Een verhoging van 25 punten betekent 30% meer inkomen, 4 extra levensjaren, 3 tot 8 kilo minder lichaamsgewicht, 60% minder kans op het plegen van een geweldsdelict, 70% minder kans op een rookverslaving en 30% minder kans op een gok- drank- of drugsverslaving. Ook het risico op een gevangenisstraf, diabetes en een vroege echtscheiding daalt fors naarmate het IQ stijgt’. (NewScientist, februari 2026)

Al met al treffen we hen vaak aan in de hogere regionen van de maatschappij, vaak in academische beroepen. Minder vaak beuken ze tegenstanders in elkaar bij het voetbalstadion.

Deze mensen zullen minder misbruik maken van anderen en de omgeving. Ze overstijgen hun ego en zijn zich, in tegenstelling tot de vorige groepen, bewust van de impact van onze soort op de planeet. Zij kunnen bijv. vrijwillig het vliegtuig mijden, vegetarisch eten en de duurdere fair trade producten kopen. Het advies aan hen is ‘onderzoek naar het zelf’. Dat is wat we meestal filosofie noemen en dat gaat het beste als je een meditatieve instelling hebt. Rust in je hoofd geeft inzichten in je bestaan. Voor de voorafgaande typen is dat een moeilijke opdracht.

  1. Verdiepers, ethermensen – niet begeren, overgave

Het gelukzaligheidsomhulsel is het laatste dat nu zelfbewust wordt onderzocht. Hierin ligt het geweten, het karakter en datgene wat bepalend is voor die twee, het karma. We hebben het hier nog niet over heiligen; ethermensen hebben het gelukzaligheidsomhulsel nog niet helemaal gerealiseerd. Maar ze zijn inmiddels wel al redelijk onthecht geraakt van geld, macht, bezit en aanzien. Dus vinden we dit zeldzame type terug als de ware religieuzen of als beoefenaars van boeddhistische, hindoeïstische of westerse meditatietechnieken. Zij voelen de aanwezigheid van de Bron en worden daarnaartoe getrokken. Dat is dan nog de laatste begeerte die overblijft.

De bovenstaande ordening is herkenbaar in de maatschappij maar niet zo onwrikbaar als het kastesysteem in India was en vaak nog steeds is. Want ook een vrome christen kan, vaak onder druk, in de fout gaan en door verleidingen ten val worden gebracht. Zie hoe een geleerde dan toch verleid wordt tot plagiaat of een yogaleraar te hoge tarieven vraagt voor zijn lessen. Als hij dat voelt kan hij dat corrigeren. Als hij er echter geen gewetensbezwaren bij heeft lijkt hij misschien wel hoogontwikkeld, maar verraadt hij zijn lagere evolutiegraad.