vijf vijftallen

 

Wetenschappers en spirituelen staan op z’n zachts gezegd niet op goede voet met elkaar. Het onderlinge wantrouwen of zelfs de onverbloemde vijandigheid is tekenend voor de geestelijke benepenheid die sommigen tentoonspreiden. Maar we moeten verder en tot wederzijds begrip komen. Mijn ideaal is het om beide tradities bijeen te voegen in een overkoepelende filosofie.

Spiritualiteit is in beginsel gebaseerd op de yogafilosofie die zo zwaar leunt op de samkhyafilosofie, de oudste van de hindoefilosofieën. Het verschil met de vedanta, de Upanishads, de Bhagavad Gita en het boeddhisme ligt voornamelijk in de benadering van de allereerste Oorzaak: is hier sprake van monisme of van dualisme? Ik heb daar niets over te melden, weinigen zijn bevoegd om daar door directe kennis iets over te zeggen!

Onze westerse spiritualiteit is vooral praktisch ingesteld, ze gaat meer over de alledaagse (ook parapsychologische) ervaringen en erkent eenvoudigweg dat God de eerste Bron of Oorzaak is, immanent in alles en iedereen aanwezig.

De moderne, exacte wetenschap (o.a. natuurkunde, scheikunde, biologie) is daarbij de uiterste, de uiterlijkste manifestatie van subtiele, spirituele processen die zich onttrekken aan het instrumentarium van het lab. Ze omvat slechts een fractie van de totale werkelijkheid.

De bioloog beschouwt ‘het leven’ als een netwerk van chemische reacties dat het metabolisme in stand houdt. Bij de verbranding komen in de cel energierijke stoffen vrij (ATP, NADH2) die elders in het lichaam kunnen worden ingezet voor groei, beweging, warmte, enzovoort. Biologie wordt zo een vorm van chemie. De ‘leer van het leven’ begrijpt echter niets van het bewustzijn. Ze is plat, tweedimensionaal en zonder betekenis.

De verdieping, de zingeving waar zovelen naar snakken, komt voort uit de spiritualiteit. Deze stelt dat er achter de zichtbare realiteit subtielere processen gaande zijn waar prana (de mystieke levensenergie of levensadem) een belangrijke plaats bij inneemt.

De gezaghebbende Upanishads zijn daar stellig over, zoals bijv. in de Kaushitaki Upanishad, 3.2 (waarschijnlijk de 1e eeuw v.C.):

Hij (God) zei: ‘Ik ben prana. Mediteer op mij als het intelligente zelf, als levensduur, als het onsterfelijkheid zelf. Levensduur is prana, prana is levensduur. Zolang de prana in het lichaam verblijft, zo lang duurt het leven.’

Chakra's, prana’s en elementen

Met deze basis van de oude Indiase wijsheid krijgt de platte materialistische biologie een diepte die veel zegt over het hoe en waartoe van het leven op deze planeet. En dus ook over de zin van het bestaan. Hier komt de biologie voor mij pas echt tot leven.

We richten ons eerst op de chakra’s, de energiecentra in ons lichaam, hun wisselwerking met de subtiele elementen (aarde, water, vuur, lucht, ether: de mahabhuta’s) en de vijf prana’s (subtiele levensenergieën of levensadems) in ons lichaam. Deze hebben alles met elkaar te maken.

Er zijn vijf prana’s en deze horen bij de vijf onderste chakra’s. Deze kun je ook weer koppelen aan de vijf subtiele elementen. Merk op dat de bovenste twee chakra’s buiten het bereik van de vijf elementen vallen. Het voorhoofdchakra en het kruinchakra vormen vooral een verbinding tussen de hogere sferen (astraal en causaal) en het lichaam.

Er zijn vanuit verschillende culturen meerdere interpretaties en dus ook koppelingen beschreven tussen deze chakra’s, elementen en prana’s, maar het onderstaande overzicht is voor mij het meest functioneel. Ze is in lijn met de Wetenschap van de Ziel van Swami Yogeshvarananda Sarasvati:

Stuitchakra – aarde – apana prana

Heiligbeenchakra – water – samana prana

Navelchakra – vuur – (generieke) prana

Hartchakra – lucht – udana prana

Keelchakra – ether – vyana prana

Apana prana werkt van navel tot voetzolen, aarde overheerst en geeft zwaarte, deze zorgt voor urineren, ejaculatie, geboorte, ontlasting

Samana prana, van hart tot navel, water overheerst en zorgt voor stroming, afgifte van spijsverteringssappen, functioneren van milt, nieren, geslachtsklieren, de stroming van bloed, weefselvocht en lymfe

(Generieke) Prana, van mond tot hart, vuur overheerst; ze zorgt voor een opwaartse beweging, beweging van hart en longen, energie voor lichaamswarmte, peristaltiek, bloedstroming, honger en dorst

Udana prana, van keel tot kleine hersenen; werking: het overeind houden en oprichten van het lichaam, ze zorgt ook voor braken

Vyana prana, ether overheerst, ze doordringt het hele lichaam, activeert de grove en de subtiele zintuigen, en werkt in alles door

Elementen en omhulsels

Er is nog een koppeling te maken, namelijk tussen de elementen en de vijf ‘omhulsels’, de lagen grove en subtiele materie die het aardse lichaam vormen, maar het bestaan van de ziel versluieren. Deze ‘kosha’s’ worden door degenen die daar gevoelig genoeg voor zijn, zichtbaar en tastbaar waargenomen in de aura.

In de Wetenschap van de Ziel staat aan het eind van Hoofdstuk 2: Deze vijf omhulsels (kosha’s) zijn de uitwerking van (…) de vijf elementen. Daar ze innig met elkaar verbonden zijn, zijn ze de oorzaak van genot en van de bevrijding der mensen. Elk omhulsel schraagt en wordt geschraagd door een ander omhulsel; geen enkel omhulsel kan onafhankelijk of zonder de steun van de andere iets verrichten. Zoals we annamaya (het voedselomhulsel of fysieke lichaam), pranamaya (het vitale omhulsel) manomaya (het mentale omhulsel), vijnanamaya (het intellectomhulsel), anandamaya (het gelukzaligheidsomhulsel) als kosha’s (omhulsels) beschouwen, zouden we toch ook kunnen spreken over het vocht-omhulsel, het vuur-omhulsel, het lucht-omhulsel die in het grofstoffelijke of aardse omhulsel zitten, als omhulsels of kosha’s; wat is daar eigenlijk tegen?

Sathya Sai Baba zegt in Summer Showers in Brindavan 2000-7: De mens wordt omhuld door vijf kosha’s oftewel omhulsels (…). Terwijl andere wezens hoogstens drie kosha’s bereiken, kan de mens gemakkelijk naar het vierde en zelfs daarbovenuit gaan als hij zich daarvoor inspant. Dit is wat een mens zo superieur maakt.

Uit dit alles heb ik als bioloog de volgende conclusies getrokken. De systematiek van het leven ziet er nu als volgt uit:

Het mineralenrijk. Hier werkt slechts apana prana, zoals ons onderste chakra urine, ontlasting en voortplantingsvocht en -cellen afstoot. Er zijn nog geen omhulsels, er is nog geen bezieling van individuele vormen en er is nog geen bewust leven. Ons stuitchakra hoort ook bij de reuk en de neus.

Het plantenrijk. Samana prana wordt hier actief en er is stroming, het kenmerk van water. Er ontstaan bezielde vormen (fysiek omhulsel) met een vitaal omhulsel. Deze planten ‘stromen’ fantasievol en min of meer ongericht naar waar ruimte en licht is. Er is voortplanting, zoals ons heiligbeencentrum werkt op de voortplantingsorganen, en verder op de smaak en de tong.

Het dierenrijk. Prana en het element vuur zorgen voor bewegingen, honger en dorst, bloedstroming en peristaltiek. Hiervoor is een dier verrijkt met het mentale omhulsel. De beweeglijkheid van deze organismen vereist uiteraard een coördinatie door een zenuw- en zintuigstelsel. Het navelchakra regelt het zicht, de ogen en de voeten.

Het mensenrijk. De Udana prana tilt het lichaam op waardoor de mens op twee benen gaat lopen, het lichaam is opgericht. Er is een ontwikkeling in de hersenen en het lichaam wordt uitgebreid met twee omhulsels: het intellectomhulsel en het gelukzaligheidsomhulsel. De mens in dit rijk kan bewust werken met het intellect, maar gelukzaligheid, karma en geweten zijn nog ongrijpbaar. Het hartchakra zorgt voor de tast, de huid en de handen, die bij de mens zijn vrijgekomen.

Het heiligenrijk. De vyana prana werkt in alles door, zoals de algemene prana, maar op een veel hoger niveau. De mens is hier een totaal gerealiseerd wezen dat kennis heeft van zijn ziel en zaligheid. Hij kent zijn karma en staat aan de drempel van zijn verlossing uit de kringloop van dood en wedergeboorte (samsara). Het keelchakra zorgt voor spraak, geluid en gehoor. In spirituele zin betekent dat een communicatie met de Bron van het leven, waar het voorhoofdchakra en het kruinchakra voor worden ingezet.

Ik spreek gewoonlijk over de elementaire evolutie. Mineralen horen bij het element aarde, planten bij water, dieren bij vuur, mensen bij lucht en heiligen bij ether. Reïncarnatie en karma leiden ons door de verschillende natuurrijken tot aan het punt waarop we nu staan – en weer verder.